Geschiedenis

Ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de vereniging in 2008, heeft erelid en oud-voorzitter Cees Woud een artikel geschreven voor het ledenblad van het historisch genootschap.

Terug naar de Franse tijd
Op 19 oktober van dit jaar bestaat Eensgezind 100 jaar. Dat maakt onze plaatselijke muziekvereniging tot de oudste vereniging van Nieuwkoop. Een mooi gegeven, maar is Eensgezind daarmee ook een echt heel oude muziekvereniging? Ja en nee. Ja, omdat men in Nieuwkoop in 1908 niet bepaald achterloopt met de oprichting van de vereniging. Nee, omdat de eerste muziekverenigingen in Nederland rond 1810 ontstaan. In Hulst en in Roermond strijden zij om de eer waar men de oudste muziekvereniging van ons land heeft; beide verenigingen claimen in 1810 te zijn opgericht.
Waarom ontstaan in het begin van de 19e eeuw die muziekgezelschappen? Wel, daarvoor moeten we terug naar de Franse overheersing in Nederland (1795-1813).Van 1806-1810 is Lodewijk Napoleon Bonaparte, een broer van de Franse keizer Napoleon I, koning van Holland. Tijdens de Franse overheersing komen ook de Franse militaire muziekkorpsen naar ons land. Na de Franse tijd wordt onder koning Willem I de Nederlandse krijgsmacht grondig gereorganiseerd. Zo ontstaan naar het model van de Fransen, ook de eerste militaire muziekkorpsen in Nederland. Muzikanten van kapellen worden vaak de eerste dirigenten van de burgerverenigingen en zo komen er in de eerst helft van de negentiende eeuw de eerste vaderlandse muziekverenigingen. In verenigingsverband zijn dat er trouwens maar een paar. Behalve de verenigingen in Hulst en in Roermond, komen er er halverwege de jaren 1800 nog een paar bij, die nu zo’n 150 jaar bestaan.
(bron: de heer D. van Heuvel, directeur van de Koninklijke Nederlandse Federatie van Muziekverenigingen).

Muziek voor het volk
Eind 1800 komt er wat meer muzikale beweging, onder invloed van de opkomende industriële revolutie.
De meeste muziekverenigingen ontstaan dan dankzij een drietal factoren. Mensen krijgen meer te besteden, we leven in de tijd van de verzuiling en er is de verheffingsgedachte. De eerste factor is duidelijk: werk betekent inkomen, wat meer mogelijkheden geeft om te zoeken naar vormen van vermaak, zoals muziek maken. De tweede, de verzuiling, brengt ons naar de diverse levensbeschouwingen.
Vanuit de kerkgemeenschappen nemen pastoors en dominees het voortouw. Eind 19e, begin 20e eeuw, richten pastoors hun eerste muziekverenigingen op met namen als St. Caecilia, St. Hubertus en Arti et Religioni (ook verenigingen in Langeraar en Alphen aan den Rijn) dragen die naam, de protestanten komen met hun christelijke muziekverenigingen (er schijnt zelfs een vereniging “Psalm 150 Harpe Davids” te zijn geweest) en wie geen geloofsovertuiging volgt, komt met Arti, Crescendo, Ons Genoegen, Eensgezind zoals in Nieuwkoop, of Kunst voor het Volk. De laatste naam leidt naar de verheffingsgedachte. Kunst en cultuur is een zaak van de elite en die bepaalt wat het volk mooi of lelijk moet vinden. De gedachte ontstaat dat het volk moet worden verheven met een passende kunstvorm en dat is blaasmuziek. In die verheffingsgedachte past ook dat fabrikanten voor hun arbeiders een fabrieksfanfare of harmonie in het leven roepen. Denk aan de fanfares van Scheepjeswol, Hevea, Heineken en Philips, maar ook brandweer, politie en PTT krijgen hun eigen muziekkorpsen. Dichtbij huis is muziekvereniging Kunst na Arbeid in Uithoorn een voorbeeld van een harmonie die uit de plaatselijke melkfabriek ontstaat. Als je lid was, moest je in Uithoorn elke week de repetitie bijwonen, anders werd er fl 2,50 ingehouden van het loon.

Pastoors en dominees die wat te zeggen hebben
Te denken dat elke pastoor of dominee een eigen muziekkorps wil, is trouwens een tikje overdreven. De dominee die bang is dat de zondagsrust wordt verstoord, houdt de oprichting van een harmonie- of fanfareorkest wel tegen. Eén van de leden van Eensgezind vertelt dat haar schoonvader lid werd van een door enkele Wilnissers opgericht orkest. De toenmalige pastoor Van der Pavert vindt muziekmaken door zijn schaapjes echter een dusdanige zondige bezigheid, dat hij het orkest verbiedt. Dat muzikale feest gaat dus niet door. In die tijd heeft de pastoor nog wat te zeggen…… De schoonvader heeft zich later altijd afgevraagd waar de inmiddels aangeschafte instrumenten waren gebleven. Die duiken na zijn dood op bij muziekvereniging Arti et Religioni in Langeraar. Of ze daar iets voor de instrumenten hebben betaald en waar dan dat geld is gebleven…….?

Eensgezind, ongebonden
Al in 1894 onderneemt men in Nieuwkoop pogingen om een muziekvereniging op te richten, maar men slaagt er niet in een voorschot te krijgen voor de aankoop van instrumenten. In 1908 is het echter zover. Men kiest heel bewust voor de naam Eensgezind. Iedereen moet lid kunnen worden, ongeacht levensbeschouwelijke- c.q. geloofsrichtingen. In het archief van Eensgezind zijn alle notulenboeken bewaard gebleven. Is het zo dat, vooral bij sportverenigingen, bij wedstrijden de pastoor achter het doel of anderszins op het veld staat, bij Eensgezind is niets terug te vinden wat duidt op enige inmenging van pastoor of dominee. Dat “de kerk” er niet bij betrokken is, blijkt reeds uit de oprichtingsvergadering.
Op initiatief van eenige jongelui is er een openbare vergadering gehouden op Maandag 19 october 1908 bij de heer J.J. Valkenet.
Spreker van dien avond was de heer P. de Graaf, die aantoonde door welke middelen er tot een oprichting van een muziekcorps kon geraakt worden. Den uitslag was dat zich 21 personen opgaven om lid te worden van zoo’n vereniging. Uit dit aantal werden 6 personen gekozen die ‘t voorlopig bestuur vormden, nl. J. van Berkenstein, P. Augustinus, A. Stichter, Joh. G. Zwart, H. Sloof en G. Groen. De leden verplichten zich om minstens f 15,– te storten voor aankoop van instrumenten enz. Ook werd besloten dat het voorloopig Bestuur met goedvinden van den heer Burgemeester met een lijst door den gemeente zou gaan om steun voor den op te richten vereeniging.
Dit is dan ook geschied en het totaal der inteekening bedroeg f 387,–. Verder werd in den vergadering gesproken over een Directeur, waarop eenige jongelui zijn gaan informeren bij verschillende muziekleeraars.

Overigens is de heer Valkenet niet iemand die tot de eerste leden van Eensgezind behoort, maar het gaat om de zaal van de heer Valkenet. Wie de heer P. de Graaf is, is duidelijk: hij is de bekende schoolmeester Pieter de Graaf, wiens naam tot op de dag van vandaag voorleeft in onze gemeenschap, o.a. via de Pieter de Graafschool. Andere bekende namen zijn die van P. Augustinus en Joh. G. Zwart. We vinden hun namen en die van hun familieleden op de oudste foto’s terug.
De heer De Graaf is evenmin een muzikant van het eerste uur. Hij is door “enkele jongelui” benaderd om de oprichtingsvergadering te leiden. De heer P. Augustinus presenteert tijdens de oprichtingsvergadering enkele gegevens uit Reeuwijk, waar men ook heeft besloten een muziekvereniging op te richten. Men gaat voortvarend te werk, want P. Valkenet, H. Sloof en J.G. Zwart hebben inlichtingen ingewonnen bij de heer M.N. Markx in Alphen aan den Rijn. Zij kunnen al vertellen wat een stel instrumenten ongeveer zou moeten kosten voor 20 personen en zij vinden de heer Markx bereid het directeurschap op zich te nemen voor f 4,– per les van 2 uur. Als lid geven zich op de volgende personen in volgorde zoals later de instrumenten worden bespeeld:
H. Sloof (piston), A. Rijnbeek (piston), J.G. Zwart (trompet), Elzinga (bugel), A. de Graaf (bugel), N. Meyer (bugel), H. v.d. Haak (bugel), Th. Otto (bugel), A. Zevenhoven (bugel), N. Bodegraven (alt), C. van Dijk, A. Stigter (bariton), C. Kwakkenbos (tuba), P. Valkenet (trombone), C. Kwakkenbos Lz. (trombone), Jac. V. Berkensteyn (tuba), Adr. Blijleven (tuba), P. Augustinus (Esbas), G. Groen (kleine trom), C. Kwakkenbos Janz. (grote trom).
Het eerste voorlopige bestuur bestaat uit Jac. van Berkenstein, voorzitter, P. Augustinus, penningmeester, A. Stigter, P. Valkenet, P. Valkenet, H. Sloof, J.G. Zwart. “Deze personen belasten zich om geld in te zamelen in de gemeente, wat heel goed lukte, een bedrag van ongeveer f 350,– werd bijeen gebracht. Daarop werd besloten instrumenten te kopen bij W. Hampe te Amsterdam waar op de prijzen van de prijscourant 20% werd bedongen en 2 jaar in termijnen het restant van het bedrag te voldoen. Het officieele bestuur werd thans benoemd en zag er als volgt uit: M.J. Markx, Directeur, Jac. Berkenstein, voorzitter, A. Stichter, 2e voorzitter, P. Valkenet, secr, P. Augustinus, penningmeester, N. Meyer en C. Kwakkenbos commissarissen. Ongeveer januari 1909 waren de instrumenten aanwezig en daarmee konden de repetities aanvangen, met als resultaat dat toen op 30 april 1909 H.K.H. Prinses Juliana werd geboren, een mars door de gemeente werd gemaakt en er een concert werd gegeven bestaande uit 16 verschillende nummers”.
(Bron: eerste notulenboek van Eensgezind met de notulen van de oprichtingsvergadering van 19 oktober 1908 en de vervolgvergadering van 8 november 1908).

Eerste bestuursleden maken geen muziek
Van Berkenstein wordt overigens ook Van Berkensteyn genoemd. Verder is het opmerkelijk, dat de Directeur Markx ook deel uitmaakt van het bestuur. Tegenwoordig doen we dat niet meer zo: wat vroeger de Directeur heette, is nu de artistiek leider, de dirigent, die geen deel uitmaakt van het bestuur. Opmerkelijk is ook, dat op de oudst bewaard gebleven foto’s – wij hebben het over foto’s van rond 1910 – die eerste bestuursleden niet zijn terug te vinden. Een mogelijke verklaring daarvoor zou kunnen zijn dat die eerste bestuursleden een muziekvereniging in de dorpsgemeenschap kennelijk zo belangrijk vinden, dat zij hun schouders er onder willen zetten, zonder dat zijzelf een instrument bespelen. Of zou het kunnen zijn dat het eerste bestuur uit notabelen bestaat, die in die hoedanigheid wel een bestuur willen vormen, maar die als “elite” zich niet verwaardigt samen met “het volk” gemeenschappelijke aktiviteiten – muziek maken – te ontwikkelen?

Het begin: een fanfare
De keuze van de instrumenten laat zien, dat we het in die eerste jaren hebben over een Fanfarekorps. Denk hierhij ook aan de invloed van de Franse kapellen. Dat is een en al koperwerk en nog geen houten instrumenten. De vereniging heet “Fanfarecorps Eensgezind”. Marsmuziek vormt dan ook een belangrijk bestanddeel van het repertoire. Het militaire karakter verloochent zich niet. De eerste muzikanten vorderen snel. Op 30 april 1909, ter gelegenheid van de geboorte van prinses Juliana, wordt op verzoek “van den Ed: Achtb: Heer Burgemeester een muzikalen wandeling door ‘t dorp gemaakt onder leiding van den Directeur, om 3 uur gaat het corps naar het Raadhuis waar een koraal wordt gespeeld. Daarna wordt ‘t gansche dorp doorgetrokken, tot aan de heer Wildenburg, die aan den vereniging een glas eerewijn aanbiedt”.
(bron: notulen van 30 april 1908, die kennelijk op diezelfde geboortedag van prinses Juliana zijn opgesteld).
In de winter van 1910-1911 worden 2 uitvoeringen gegeven voor donateurs en begunstigers. Daarvoor krijgt “het corps” uit de gemeentekas een vaste bijdrage van f 300,–. Opmerkelijk is, dat destijds de uitvoeringen gepaard gaan met het opvoeren van een toneelstuk. Er is zoveel belangstelling vanuit de Nieuwkoopse gemeenschap, dat iedere uitvoering tweemaal wordt gegeven. In Noorden ligt dat anders. Daar wordt een uitvoering gegeven, waar geld bij moet. In Noorden wordt dan ook niet meer opgetreden.

Successen
In 1911 wordt voor het eerst aan een Nationaal Concours deelgenomen, in Capelle aan den IJssel. In de 4e afdeling wordt een 2e prijs behaald. Voor zo’n jonge vereniging is dat een groot succes. Eerdergenoemde Van Berkenstein, die in 1911 directeur is geworden, voert Eensgezind naar de 1e afdeling en nog weer later bereikt men met Frans van Diepenbeek als directeur de Ereafdeling. In oude notulen wordt als grootste succes een concours in Alphen aan den Rijn genoemd, waar 60 verenigingen aan deelnemen en waar Eensgezind het hoogste aantal punten behaalt in de afdeling Uitmuntendheid.
Geen wonder dat met zulke muzikale successen, ook in Nieuwkoop, in 1920, midden in het dorp op het huidige Reghthuysplein (toen: Dorpsstraat hoek Kerkstraat), een Muziektent wordt geplaatst, waarvan Eensgezind enthousiast gebruik maakt.

Eensgezind, eigenaar Muziektent
De muziektent is eigendom van de gemeente. In de oorlogsjaren, 1940-1945 en ook jaren daarna, is er aan het onderhoud niets gedaan. Vandaar dat de gemeente, slim hoor, in 1949 de muziektent aan Eensgezind schenkt, onder de voorwaarde dat de vereniging zorgt voor verplaatsing naar een andere plek in de gemeente en dat de vereniging zorgt voor het onderhoud. Gedacht wordt aan verplaatsing naar het terrein van aannemer Stam en Visser, maar die voelt daar niets voor. Uiteindelijk komt de muziektent terecht in de tuin van het oude gemeentehuis, waar hij weer wordt opgebouwd door de leden van Eensgezind, maar waar men korte tijd later door de planken vloer trapt. Gerrit Zwart, een enthousiast lid van Eensgezind, breekt vervolgens de bouwvallige muziektent af en voert de materialen af naar de schroot.
(bronnen: Streekarchief Rijnlands Midden en het oudste lid van Eensgezind, J. de Jong).

Nieuw elan
Ook bij Eensgezind laat de Tweede Wereldoorlog zijn sporen na. Het verenigingsleven valt stil. Na de oorlog pakken de leden het muzikale verenigingsleven echter weer voortvarend op. Op 25 juni 1945 richt men het Fanfarecorps “Eensgezind” officieel opnieuw op, met een nieuw bestuur. De notulen verhalen over serenades bij bruiloften, uitvoeringen, aanschaf van uniformen, benoeming van dirigenten, de te spelen partijen, deelname aan concoursen, slecht repetitiebezoek en, de nieuwe tijd gloort, het al of niet toestaan van roken tijdens repetities. Eensgezind komt net als veel andere verenigingen midden vorige eeuw tot een drumfanfare, die erg populair is in de gemeente, maar die jammer genoeg ter ziele gaat, ook weer net als in veel andere plaatsen, omdat de leden niet meer op straat willen lopen.

Boerenkapel
Tegenwoordig is er de Boerenkapel de Fuikenlichters, die op de markt, met carnaval, tijdens de Rabofietsdag en bij tal van andere gelegenheden, een vrolijke deun speelt. De vereniging gaat daarmee minder ver dan tot de jaren tachtig van de vorige eeuw. Dan zijn er voor dezelfde Boerenkapel – dezelfde muzikanten – twee benamingen: De Fuikenlichters en De Braconneurs. De laatste benaming is een knipoog naar het Franse woord “braconniers” (wild stropen). Kennelijk vindt men dat “braconneurs” beter klinkt dan het juiste woord “braconniers”). Waar meer geld voor een optreden kan worden gevraagd, wordt de Franse naam gehanteerd. Ook hier: een kwestie van merknaam, het ene is duurder dan het andere, maar het is hetzelfde.

Leve je dooie schoonmoeder
De oudste leden van Eensgezind zijn de leden van verdienste Jan de Jong (84 jaar), Nol van Zwieten (76 jaar), Jan Blom (74 jaar) en Cees van der Voorn (66 jaar). Zij verhalen met smaak over wat nu als leuk wordt ervaren. Tijdens het Bevrijdingsfeest in 1945 slaat Cees Twaalfhoven van de pret achterover van de wagen waarop de muzikanten staan te spelen. Nu wordt met twinkelende ogen verteld over het spelen met de Boerenkapel tijdens ijswedstrijden, maar de twinkeling verdwijnt als ze zich herinneren hoe boven een pot met brandend turf de instrumenten moesten worden ontdooid en de handen moesten worden gewarmd.
In de Meije moet een pastoor worden ingehaald, waarna de muzikanten een maaltijd van lammetjespap krijgen voorgeschoteld met wit brood, waar zij iets verwachten. Dirigent Jan Ros presteert het in de jaren vijftig van de vorige eeuw om midden in een concert, ineens hoempamuziek te gaan spelen. Dat geeft dolle pret.
Erg bont maakt in de jaren vijftig van de vorige eeuw de dirigent Diepgrond het. Hij zegt dikwijls af voor de repetitie. Dan is hij zelf ziek, dan zijn vrouw, dan zijn moeder en dan weer is zijn schoonmoeder overleden. De man maakt zich belachelijk tijdens een concours in Limburg, waar hij doet alsof hij er met zijn vrouw is, maar waar het om zijn vriendin blijkt te gaan. In Leersum, tijdens een stop, staat zijn vrouw met zijn schoonmoeder te wachten en de muzikanten liggen krom van het lachen als Dirk Zwart luidop roept “Leve je dooie schoonmoeder”.

En nu
Vandaag de dag, 100 jaar na oprichting, is Eensgezind een vereniging die met haar tijd meegaat. Midden jaren 70 van de vorige eeuw zijn de majoretten er bijgekomen, er is een slagwerkgroep, de Boerenkapel De Fuikenlichters, een Muziekschool, een leerlingen-, een studie- en een “groot” (harmonie) orkest. Het laatste impliceert een ommezwaai van fanfare naar harmonie: het “harde” koper – trompet, trombone, hoorn bas enz. – is aangevuld met houten instrumenten zoals klarinet, hobo en fagot en met alt- en tenorsaxofoon.

Anno 2008 zijn de scheidslijnen tussen muziek voor het volk en een andere vorm van cultuur, andere muziek, voor de elite, weggevallen. Talloze conservatoriumstudenten vroeger en nu, zijn begonnen bij plaatselijke muziekverenigingen en tal van harmonie- en fanfareorkesten presteren zo goed dat het lijkt alsof sprake is van beroepsmusici. Harmonie- en fanfaremuziek zijn volwassen kunstvormen. Zou het anders zijn, dan zou de elite (maar wie trommelt zich daarmee nu nog op de borst?) musical- en filmmuziek (voorkomend op de repertoires van alle muziekverenigingen) niet waarderen en dat is wat niemand toch zou willen beweren!

Advertenties